Overeenkomst Nederland en België over thuiswerkende werknemers gepubliceerd

De overeenkomst tussen Nederland en België over de interpretatie van artikel 5 van
het belastingverdrag (vaste inrichting) bij thuiswerkende werknemers is in de Staatscourant
gepubliceerd.

Deze overeenkomst is bedoeld om werkgevers in Nederland en België duidelijkheid te
bieden over de elementen die van belang zijn bij de beoordeling of het thuiswerken
van werknemers in hun woonland leidt tot een vaste inrichting in de zin van artikel
5 van het Verdrag.

De aanwezigheid van een vaste inrichting in de woonstaat van een werknemer van een
onderneming van de andere verdragsluitende staat hangt af van alle relevante feiten
en omstandigheden van het geval.

In de overeenkomst wordt verduidelijkt hoe dit wordt ingevuld als

  • incidenteel wordt thuisgewerkt,

  • structureel wordt thuisgewerkt met de mogelijkheid tot werken op locatie of

  • structureel en verplicht wordt thuisgewerkt.

Als praktische toepassing mag worden aangenomen dat de thuiswerkplek van een werknemer
(inwoner van een verdragsluitende Staat) voor zijn werkgever (een onderneming van
de andere verdragsluitende Staat) in ieder geval geen vaste inrichting vormt wanneer
de werknemer van zijn arbeidstijd bij de betreffende werkgever 50% of minder thuiswerkt
gedurende een tijdvak van twaalf maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende
belastingjaar.

Bron: MvF, Stcrt. 2023, 33856.

Bron: https://www.fiscaalinfo.nl/document/p1-752911